Kort verhaal.

 

Ik wil het hebben over die keer dat ik begreep dat ik mijn grote broertje had ingehaald. Hoe ik daar in het café tegenover hem stond en wist dat hij mijn grote broertje niet meer was. Zoals met de liefjes die je eerst doodgraag ziet en dan niet meer. Omdat je plots weer een stuk rijper bent geworden en de ander niet. Koen had dit natuurlijk al lang begrepen en wachtte geduldig tot ook mijn frank zou vallen.

Toen Olivia werd geboren en we allemaal samen in die veel te kleine ziekenhuiskamer stonden met een gezicht van “wat nu” en “wat een wonder” was hij de enige die het kleine propje niet in de armen wou nemen. Ik was zwaar beledigd, maar Ellen zei dat ik het zo moest laten. “Zo is je broer nu eenmaal.”
Maar zo was hij niet. Toen Koen acht was en ik vijf leerde hij me pijlen slijpen en vogels spotten of gingen we naar de kreek om er kikkers met een strootje op te blazen. Toen hij tien was en ik zeven plukten we veldbloemen voor een meisje uit zijn klas. Hij liet me ze leveren want dat durfde hij zelf niet en om de hoek vroeg hij: “Wat zei ze?” en toen zei ik: “Dank u?” en daar moesten we heel hard om lachen ook al wisten we niet goed waarom. Maar we voelden ons olympiërs na een overwinningsrondje en vroegen onze ouders om buiten in de tent te mogen slapen. Die hele zomer was een roes zoals je die alleen maar als een kind kan beleven. Tijdens een dagje zee werd ik door een golf meegesleurd en was hij het die me uit de woeste baren sleurde. Het ging zo snel dat onze ouders het niet eens door hadden en die dag hield ik meer dan ooit van hem. Op zondag was hij misdienaar en soms liet hij me van de wijn proeven. “Dat doen mannen nu eenmaal,” had hij gezegd, maar hij had me evengoed bloed kunnen laten drinken. Hij nam ook hosties mee naar school en verkocht die aan de meisjes met de smoes dat als ze die bij het innemen aan de jongen van hen dromen dachten, deze op hun avances zou ingaan. Gênant want hun ouders belden naar onze moeder om het geld van hun dochter-met-gebroken- hart terug te eisen. Vanaf zijn elfde moest hij naar een kostschool en zag ik hem enkel in het weekend. “Je broer heeft structuur nodig,” verklaarden vader en moeder vroom. Ik dwaalde alleen door de velden en na enige tijd kwam een jongen uit mijn klas mee maar hij was stom en en toen we met onze valkuil een rat hadden gevangen begon hij te huilen.

In die periode hield Koen zijn slaapkamerdeur steeds meer gesloten en toen ik me op een dag in zijn kamer had verstopt om hem te verrassen, had hij me een harde klap gegeven die er alle spontaniteit voor de komende jaren uitsloeg. Ik begreep het wel want ik was stom en kon hem niets bijleren. Ik haalde steeds betere punten op school en thuis toonde ik hem de dissectie van een kikker of legde hem gniffelend de voortplanting van konijnen uit maar hij knikte alleen maar, vroeg nooit waarom zus of waarom zo. Op zondag bleef hij de hele dag op zijn kamer en zei moeder dat ik geduld moest hebben, dat hij een moeilijke puber was maar ‘s avonds hoorde ik hem stilletjes huilen en ik durfde niets te zeggen. Ik voelde me nog altijd stom.

Toen hij zeventien werd ging het inderdaad beter. Hij volgde een andere richting en werd smoorverliefd op Tina die twee klassen hoger zat dan ik. Ze was het mooiste wat ik ooit had mogen aanschouwen. Soms kuste ik mijn hand- stak mijn tong tussen duim en wijvinger, en droomde van de lippen van Tina die naar rijpe kersen moesten smaken maar het was mijn broer die haar aan de schoolpoort lange tongzoenen gaf en na afloop zachtjes hun speeksel met de achterkant van zijn hand afveegde. Na afloop riep hij me met een knullig gezicht bij zich en mocht ik op zijn zelf betaalde brommer mee naar huis. Plots was ik een populaire jongen en vroegen de meisjes op de speelplaats om bij hun te zitten terwijl ze vragen stelden over Koen met zijn mooie blauwe ogen, maar die ogen zagen enkel Tina, en dat zei ik hen ook.
Tina en hij gingen samen studeren en spraken zelfs over trouwen maar in haar laatste jaar ontmoette Tina een surfer met blonde haren die een half jaar door Zuid-Amerika had gereisd en niets over torenvalken of valkuilen wist maar alles over ayahuasca en het uitstellen van de ejaculatie.
“Ik zal altijd van je broer houden, hij doet me lachen maar hij is zo ongelooflijk gecompliceerd en gesloten. Alsof hij meer heeft gezien dan hij wil. Er bestaat een plek in hem waar ik niet welkom ben,” zei ze met betraande ogen die ik wel kon oplikken.
Ik wist niet waar ze het over had, mijn broer vertelde altijd alles, zelfs dat de buurvrouw hem eens had proberen te verleiden toen hij het gras had afgereden en ze hem een pintje voorschotelde. ‘Dat lust je wel toch?’ had ze gezegd en de knopjes van haar blouse een beetje losgemaakt. Hij had eens goed in haar borsten geknepen en het toen op een lopen gezet om de rest van de avond op zijn kamer te masturberen.
“Mijn hulp wil hij niet,” zei Tina, “Wat het ook is, hij moet er zich over zetten als hij verder wil.” Ze gaf me een kus op mijn slaap die nog lang nagloeide en weg was ze naar fucking Honolulu of wat er ook in Zuid-Amerika mocht liggen.

De relatie tussen Koen en onze ouders brokkelde verder af, hij vond ze bekrompen- een generatie die niet in eigen boezem durft te kijken zonder in ontkenning te gaan. Hij stopte met zijn studies, verliet het huis en ging in een garage werken. Vader dwong hem zijn studies terug te betalen en moeder verving zijn kamer voor een naairuimte. Ook mij liet hij links liggen al wist ik niet waarom. Hij belde sporadisch en dan gingen we een pint drinken. Ik vertelde dat ik overwoog om mijn master te halen en hij zei dat hij ging trouwen. “Maar, met wie dan?” vroeg ik.
“Ze is niet slim,” zei hij, “maar ze stelt geen vragen zoals jij dat altijd doet.”
“Maar vertel me dan toch wat er is gebeurd? Wat deed ik verkeerd? ”
“Het probleem met jou is dat je maar weinig aanvoelt.” Zijn armen rustten op de toog en hij keek over zijn pint voor zich uit.
Misschien had ik hier moeten doorvragen maar dat deed ik niet en hij zei:  “Wees nou maar gewoon mijn getuige.”
Hij stelde haar aan me voor. Elsie is zo’n griet die nooit opvalt tot ze zelfmoord pleegt of de Nobelprijs voor Scheikunde wint. Ik kon niet uitmaken of ze nu blond of bruin was, dik of gewoon. Ze had een open maar verongelijkt gezicht wat ik raar vond. Ze werkte in een crèche, zei ze en sprak alsof het bedtijd was.

En toen trouwden ze. Ik gaf een toost en zag hun enkel nog op andere trouwen en pensioenfeestjes. Elsie nam soms deel aan een gesprek en zei dingen als: “ We moeten realistisch blijven” of “De tijd heelt alle wonden” en dan keek ze voor zich uit als een geliefde, oud-koningin die het allemaal wel had gezien. Behalve op het geboortefeest van Olivia waar ze zich aan de champagne waagde en toen de vrouwen- die altijd samengeklit aan de tafel eindigen, het over natuurlijke schoonmaakproducten hadden, had ze gezegd: “Ik gebruik altijd azijn als ik last heb van een jeukende anus.” Het leek alsof niemand het had gehoord want iedereen wauwelde maar door over natriumbicarbonaat en rozemarijn maar bij ieder volgend feest dat Elsie binnenkwam leek er een frisse tocht langs de vrouwen heen te glijden en trokken ze hun jasjes verder dicht.
Ik ging eindelijk aan de slag als verpleegkundige op de spoedafdeling en was bezig met het afronden van mijn tropenopleiding toen Elsie belde. De eerste keer in zeven jaar tijd.
“Hij heeft de rekening geplunderd,” zei ze met die pamperstem van haar.
“Om wat te doen?”
“Belegd in een bedrijf uit Costa Rica of zo, hij had een tip gekregen.”
Ik moest aan Tina denken. “Nou, zo is het leven en niet anders,” zei ik tegen haar en drukte af. Elsie was een rare maar dit ging toch te ver.

“Ik weet niet waarom je doet wat je doet, maar ga ermee om als een vent en begin te leven,” zei ik in het café waar ik hem gevonden had.
“Wat nu, broertje, ga je een grote mond opzetten?”
“Je hebt altijd een keuze.”
“Ach doe toch niet zo fucking verwaand.”
“Is het Tina? Je had maar harder voor haar moeten vechten! Eerlijk moeten zijn met haar.”
Zijn kaken spanden samen en ik zag dat zijn vuisten jeukten om me ervan langs te geven. “Je voelt de dingen opnieuw verkeerd aan, sukkel. Ik haat haar.”
“Wel, wat is het dan? Vroeger was je niet zo’n hufter. Stikte je niet van het zelfmedelijden.” Ik voelde al mijn nekhaartjes recht komen en vroeg me af wat er zou gebeuren indien ik mijn hoektanden in zijn nek zou zetten.
Zijn ogen stonden helder van de haat: “Ga naar huis, bij je mooie vrouwtje. Je kunt me niet helpen.”
Misschien was het omdat hij er Ellen bij betrok of misschien was het iets wat ik al veel eerder had moeten doen maar ik verkocht hem een dreun, recht op zijn blauwe ogen, of beter gezegd zijn rechteroog en even keek hij naar me zoals hij vroeger deed, toen ik hem bij onze ouders weigerde te verraden en een straf voor hem uitzat en zo bleven we even tegenover elkaar staan, en ik begreep dat ik hem had ingehaald. Hij liet zijn schouders zakken, zijn ogen daalden naar mijn handen en het licht verdween uit zijn ogen.

En dat was het. Er viel niets meer te vragen en niets meer te ontkennen.
Af en toe stuur ik een berichtje. De geboorte van Gustav. Oma’s negentigste verjaardag. Mijn eerste dissectie van een slang in Oeganda. Ik weet niet of hij ze leest en of hij nog hetzelfde nummer heeft. Soms spreek ik hele berichten in en vertel ik over vroeger. Hoe we meikevers aan een touwtje lieten vliegen, fluitjes maakten van eikeldopjes, aan de kreek in de zon lagen te drogen en fantaseerden over de vrouw van onze dromen en hoe het later allemaal anders zou zijn.

©sophiesiersack

16 reacties

  1. Siersack, zoals altijd: me weinig woorden er gewoon boenk oep!
    Met alle levendige kleuren vd regenboog verhaald en het leest als ‘n film..
    Samengevat: geweldig van genoten.
    Dank U & ..
    NÓG van dat please(!)
    Xx

  2. Supermooi verhaal, Sophie, kort maar ontzettend goed. Ik kijk al uit naar het volgende!
    Groetjes xxx Nadine

  3. Schitterende teaser gewoon genieten van het kort verhaal op zoek naar meer 👍👍👍👍💥

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.